Opties termen en definities.

De handel in opties heeft de afgelopen decennia een enorme groei meegemaakt en toch zijn er nog veel misverstanden over het gebruik van opties in een beleggingsportefeuille. Tijd dus om de mogelijkheden en beperkingen van opties eens nader te gaan onderzoeken.
In de komende tijd ga ik regelmatig publiceren over het gebruik van opties als onderdeel van de beleggingsstrategie want nog steeds wordt er te weinig of slecht gebruik gemaakt van de mogelijkheden die opties bieden.

De handel in opties is de laatste jaren veel toegankelijker geworden. Door de toename van het aantal digitale platformen kan iedereen nu deelnemen aan de optiehandel. De kostprijs van de handel in opties is ook sterk gedaald en daardoor kunnen particuliere beleggers ook optie strategieën gebruiken zoals de professionele handel dat doet. Redenen genoeg dus om met opties te gebruiken als onderdeel van de beleggingen.

Opties kan je op drie manieren gebruiken:
• Opties kan je gebruiken om extra inkomen te genereren op de aandelen die je bezit.
• Met opties kan je profiteren van de bewegingen in de markt, zowel stijgend als dalend.
• Met opties kan je het risico profiel van je beleggingsportefeuille verminderen.

Wat zijn opties?

Opties worden ook wel derivaten (afgeleiden) genoemd. Dat komt omdat de waarde van een opties is afgeleid van de onderliggende effecten (aandelen) koers. Opties vallen onder de term “effecten” en worden als zodanig gereguleerd door de financiële toezichthouders. Net als aandelen kan je optie ook kopen en verkopen. In tegenstelling tot aandelen is een optie geen waardepapier maar een contract. Net als bij alle contracten krijgt de koper van het contract rechten voor de premie die hij heeft betaald. De verkoper van het contract ontvangt de premie en heeft daar tegenover plichten aan de tegenpartij (de koper). Aangezien opties standaardcontracten zijn worden er vast omschrijving gebruikt voor de diverse begrippen. Het is belangrijk om deze begrippen te kennen als je optiehandel wil begrijpen.

Er zijn twee type opties. Call opties en Put opties.

Door een call optie te kopen verkrijg jet het recht, maar niet de plicht, om de onderliggende aandelen te kopen voor een vooraf vastgestelde op elk moment voor de vervaldag (expiratie) van de optie,

Het verkopen van een calloptie verplicht de verkoper (schrijver) om de aandelen te verkopen voor een vastgesteld prijs voordat de datum dat optie afloopt (expiratiedatum).
Let op: De schrijver of verkoper van de optie moet zich houden aan de voorwaarden van het contract. De koper mag beslissen of hij gebruik maakt van zijn recht, hij heeft letterlijk het recht om de aandelen te “callen”.

Nu de putoptie. De eigenaar van een putoptie heeft het recht, dus niet de plicht, om de onderliggende aandelen te verkopen op een vooraf vastgestelde prijs op elk moment dat hij de wenst totdat de optie afloopt (expiratiedatum).
Tegenover de eigenaar van een putoptie staat de verkoper (de schrijver) van de put. Deze schrijver heeft de plicht om de onderliggende aandelen te kopen voor de vastgestelde prijs op het moment dat de eigenaar zijn recht uitoefent.

De vooraf vastgestelde prijs noemen wel ook wel de “strike price” oftewel uitoefenprijs. De strikeprijs ten opzichte van de werkelijke waarde van de aandelen bepaalt welke waarde de optie heeft. Een calloptie met een strike price die lager is dan de actuele aandelenkoers heeft een intrinsieke waarde en deze optie is daarmee “In the money”. De putoptie met een “strike price” die hoger dan de aandelenkoers is heeft ook een intrinsieke waarde Ook een putoptie met intrinsieke waarde wordt “In te money” genoemd. Als de optie geen intrinsiek waarde heeft dan wordt deze beschouwd als “Out of the money”.

Vb. Een calloptie op een aandeel waarvan de laatste prijs € 32 is met een strike price van € 28 heeft 4 Euro intrinsieke waarde. Het recht om het aandeel te kopen op 28 i.p.v. €32 op de beurs is ten minste € 4 waard. These optie is “In the money”.
De putoptie met een strike price van € 30 heeft geen belangrijke waarde met een prijs voor het aandeel op € 32. Het recht om een aandeel op € 30 te mogen verkopen is niet beter dan het aandeel simpelweg op de beurs te verkopen voor € 32 we noemen deze optie dan ook “Out of the money”.

Alle opties hebben een afloopdatum, de expiratie datum, na deze dag bestaat de optie niet meer. De houder van de optie moet voor de expiratie datum beslissen wat hij/zij gaat doen. Gedurende de hele looptijd van de optie kan de optiehouder beslissen of hij de optie verkoopt of gebruik maakt van zijn recht en daadwerkelijk de aandelen koopt (calloptie) of verkoopt (putoptie). Na de expiratiedatum is de optie vervallen en als de optiehouder voor die datum niets gedaan heeft vervalt zijn recht.

De schrijver van een optie heeft geen controle over het feit of de optie wordt uitgeoefend of niet. De schrijver is verplicht de aandelen te kopen (putoptie) of verkopen (calloptie). Hij kan echter tussentijds wel de positie sluiten door de geschreven opties terug te kopen. De verplichting is dan verdwenen.

Neem de tabel hieronder goed in je op zodat je blindelings weet welke rechten en plichten je hebt als je opties gaat gebruiken in je beleggingsstrategie.

Opties_definities
Er zijn 4 mogelijkheden die de hoekstenen vormen van het handelen in opties. Uitgaande van je marktverwachting kan je transacties in opties uitvoeren. In de figuur hieronder heb ik deze hoekstenen schematische weergegeven.

de 4 hoekstenen opties